Deze week heeft Ben Kruijssen van Natuuradvies zijn rapportage opgeleverd. We zijn weer een stapje dichterbij het indienen van de aanvraag wijziging bestemmingsplan.

In eerdere blogs hebben we melding gemaakt van hetgeen we met Ben in het veld beleefden. Beschrijving van het veldwerk en de gevonden epifyten (epi watte: korstmossen...) vind je onder veldwerk en epifyten.

 

Naast de constatering dat er op een veld dat 3 keer per jaar wordt omgeploegd GEEN jaarrondbroedende vogels te vinden zijn en dat er in het essenbos van Staatsbosbeheer GEEN vleermuizenholen zitten, hebben we Ben gevraagd mee te denken over kansen van ons plan.

Hij adviseert te komen met een hoogstamboomgaard (inclusief notenboom). Met het oog op de rijke vegetatie aan epifyten verwacht hij ook op de bomen die we zelf gaan kweken hiervoor interessante ontwikkelingen.

Daarnaast hoopt hij dat we knotwilgen in diverse soorten en essen als essenhakhout gaan maken.

De bosrand wordt ook diverser als een deel van de essen tot essenhakhout wordt gemaakt. Daarnaast kunnen vlieren, meidoorsn en haagbeuken de rand verlevendigen. Aangevuld met (uiteraard) inheemse besdragende struiken.

Waar we botanische kwaliteiten willen toevoegen doen we goed aan om niet de toegevoegde schrale grond met de klei te vermengen, maar deze er (los) bovenop te leggen. Klei zou anders het arme materiaal teveel verrijken, waardoor we ons doel niet bereiken.

Ergens op het terrain komt een wat afgelegen plek die rustgebied wordt. We gaan er takkenrillen maken creëren zo een gebied gunstig voor kleine zoogdieren, marterachtigen en foeragerende broedvogels.

Insectenhotels en vleermuizenkasten en andere nestkasten maken het voor vogels nog aantrekkelijker.

En we gaan zeker nog op zoek naar mogelijkheden om onze natuurmaatregelen door bijvoorbeeld landschapsbeheer ondersteunt te krijgen. (Als iemand daar al ervaring mee heeft dan horen wij dat graag!

Tot zover de natuur! Op naar de RO toets.

In samenwerking met gemeente en provincie verbreed Rijkswaterstaat tussen nu en 2022 de A6 bij Almere.

Rijkswaterstaat heeft hierover  een mooi filmpje gemaakt!

 

oud ontwerp, heeft het (ook) niet gehaald

Mag ik u, lezer, lastig vallen met wat filosofie?


Friedrich Nietzsche heeft zijn hele werk en leven gericht op het onthullen van negatieve, reactieve krachten, en hij stelt daarvoor in de plaats het gebod om je leven in dienst te stellen van bevestigende krachten. Daarin, in de wil (tot macht) schuilt de werkelijke creatieve kracht, wat de enige kracht is die het voortbestaan van de wereld mogelijk maakt. In zijn krachtige taal sleept Nietzsche terloops de hele wetenschap mee in zijn vernietigende oordeel. Alle wetenschap is reactief: het meet alles af aan van tevoren opgestelde maten (waarden).
Kan je nu iets beginnen met deze filosofie? Wat doet het met mij? Die vraag  drong zich op na het bezoek aan de architect Reitsema afgelopen week. Die presenteerde aan ons een nieuw ontwerp voor de kleine woning die we willen realiseren op onze kavel in Oosterwold. Daarin herkenden we direct een sterk beeld, een statement. Een strak uiterlijk, en contrast tussen open en geslotenheid, en een kruisen van lijnen van het huis en verhoogde loopvlakken (flonders) naar de toegang tot de woning.
Omdat wij ons al zo lang voorbereiden op het leven in deze woning, komen er bij het zien van dit ontwerp ook allerlei emoties en gevoelens op. Hoe ziet de woning eruit als die echt in het landschap staat? En hoe zou de ruimte voelen als je in de woning staat? Als je niet oplet, kunnen die emoties snel omslaan in .... Maar... Maar de woning voelt te smal. Maar de glazen façade voelt te donker. Maar er zitten teveel onbruikbare loopvlakken in de woning. Maar je kunt niet naar het westen kijken. Maar de zonnepanelen passen niet. Maar.... Reactieve argumenten, duiden op reactieve krachten, is het niet, FriedrichNietzsche?
Thuisgekomen naar ons architectenbezoek gingen we eerst de plattegrond opnieuw tekenen, om het gevoel voor verhoudingen in de binnenruimte te zoeken. Iets breder en minder lang. Huis verdelen in drie gelijke secties. Om de zonnepanelen opnieuw in te passen, kwam het idee op om het dak (opnieuw) te draaien. Gaat dan het hele ontwerp weer op de schop? Toch maar even tekenen. En zo komen we op een huis dat er van buiten uitziet als een geheel nieuw ontwerp. En toch, als je naar ons eerste ontwerp (simpel Landal-huisje) kijkt en naar het ontwerp van de architect, dan zou je kunnen stellen dat dit nieuwe ontwerp het beste van de twee werelden combineert. En de contour van de woning heeft karakter, een smoel!  Dat is een grote en welkome inbreng van de architect.
Een veelbetekenende toets is dat onze dochter Irene ineens heel positief is over het wonen in deze woning. Het raakt zeker een snaar. Tsja, dat was ons zonder architect nog niet gelukt. En de contour van de woning heeft karakter, een smoel! Nieuw ontwerp
Als we onze ontwerpschetsen naar de architect sturen, is het heel spannend hoe hij het zal ontvangen. Ik bellen: misschien Misschien maar goed dat de architect meteen met de deur in huis valt: dit hadden ze niet verwacht. Nu gaan wij weer op de ontwerpstoel zitten. Tsja, wie zit er eigenlijk op de ontwerpstoel bij zoiets als een huis bouwen?
Misschien zou Nietzsche vanuit de Dionysische hemel toekijken en met goedkeuring deze vraag aanhoren. Want voor Nietzsche moet je nooit vragen ‘Wat is?’ maar altijd ‘Wie is het die wil?’. Maar als dat zou blijven steken in een touwtrekken tussen de architect en ons, dan zou het slechts reactieve krachten losmaken en tot stilstand leiden. Waar we overheenWe moeten over het idee heen stappenmoesten en moeten stappen is het idee, dat de ene alleen kan willen waar de andere niet wil; of iets anders wil. Want als ontwerpen een creatief proces is waarin telkens iets nieuws wordt gemaakt, ontstaat telkens nieuwe waarde. En Nietzsche is in tegenstelling tot zijn voorganger Schopenhauer geen pessimist. En dat optimisme blijkt niet alleen uit het bevestigen van je ‘eigen’ wil, maar ook uit de gedachte dat je elkaars creatieve inbreng kunt aanvoelen en begrijpen. Je kunt niet iets nieuws willen onder voorwaarde dat het voor een ander niet nieuw mag zijn. Anders gezegd: iets nieuws is nooit iemands eigendom. Anders wordt het stante pede oud en reactief. Maar iets nieuws betekent ook dat je voortbouwt op het voorgaande. Igor Stravinsky zei: "een slechte componist citeert; een goede componist steelt." Maar die uitspraak gaat er vanuit dat je het idee jezelf toe-eigent. Zo gaat het niet bij het bouwen van je eigen huis. Het gaat niet om het toe-eigenen van het ontwerp. Het gaat om het bewonen van het huis. Het leven in je droomhuis. Met het nieuwe ontwerp komen we daar vast een stap dichterbij. Het gaat leven. Het is alleen al spannend en opbouwend dat het ontwerpen van een huis met een architect tot een uitwisseling van ideeën en een dialoog wordt. Ik ben benieuwd waar we uitkomen. Het gaat er niet om WAT je bevestigt, maar DAT je bevestigt. Ja-zeggen tegen iets nieuws. Daarom zal een huis in het bouwproces ook altijd blijven veranderen.

Een bevestiging is met een keuze aan de slag gaan. Laten we dat (blijven) doen.

De eerste oogst van dit jaar uit onze tuin is binnen: heerlijk omelet met daslook (en de restjes van eergisteren). Lekker buiten op het terras. Geweldig. 't Is te merken dat de lente is begonnen!

Tussen het genieten van het mooie weer en de ontluikende tuin in, kijk ik filmpjes over tiny houses, omdat we puzzelen met hoe we de ruimte van de kleine woning kunnen optimaliseren.

Eén van de leukste filmpjes die ik daarover kan vinden is de volgende:

 

 

En een van de plaatjes die me bijblijft is de volgende:

Vandaag kregen wij het bodemonderzoek voor het Paradijsvogelbosje toegestuurd.

In een document van meer dan honderd pagina's (dit project draagt enorm bij aan de werkgelegenheid hier ten lande!) concludeert het onderzoeksbureau dat geen bijzonderheden zijn gevonden, behalve een kleine verhoging van de stof Barium in het grondwater. Dat is geen belemmering om te kunnen ontwikkelen.

 

Kortom we hebben weer een stapje in de goede richting gezet.

Omdat we in Oosterwold niet aangesloten worden op het riool, maar we natuurlijk wel schoon water op onze kavel willen hebben, plaatsen we een helofytenfilter in ons landschap. Vandaag stuitte ik op een mooie film die het ROC West Brabant maakte over het zelf bouwen van een helofytenfilter.

Deze film deel ik graag met jullie!

klik hier om het filmpje te bekijken! 

Vrijdag hebben we in het veld een heel aantal korstmossen gevonden.

Hieronder het overzicht van deze korstmossen: (klik op de naam voor de melding van Ben in waarneming.nl

Gewone haarmuts. - Orthotrichum afin.

Soortgroep: Mossen en korstmossen   Familie: Orthotrichaceae (Haarmutsfamilie)Bekijk taxonomische boom   Status: inheems, Verzamelsoort   Zeldzaamheid: Algemeen

 

Gekroesde Haarmuts - Orthotrichum pulchellum Brunt.

Soortgroep: Mossen en korstmossen   Familie: Orthotrichaceae (Haarmutsfamilie)Bekijk taxonomische boom   Status: inheems, Soort   Zeldzaamheid: Vrij algemeen

Helmroestmos - Frullania dilatata (L.) Dumort.

Soortgroep: Mossen en korstmossen   Familie: Jubulaceae (Roestmosfamilie)Bekijk taxonomische boom   Status: inheems, Soort   Zeldzaamheid: Algemeen

 

Bleek Boomvorkje - Metzgeria furcata (L.) Dumort.

Soortgroep: Mossen en korstmossen   Familie: Metzgeriaceae (Boomvorkjesfamilie)Bekijk taxonomische boom   Status: inheems, Soort   Zeldzaamheid: Algemeen

Gewoon Schijfjesmos - Radula complanata (L.) Dumort.

Soortgroep: Mossen en korstmossen   Familie: Radulaceae (Schijfjesmosfamilie)Bekijk taxonomische boom   Status: inheems, Soort   Zeldzaamheid: Algemeen

 

Knotskroesmos - Ulota bruchii Brid.

Soortgroep: Mossen en korstmossen   Familie: Orthotrichaceae (Haarmutsfamilie)Bekijk taxonomische boom   Status: inheems, Soort   Zeldzaamheid: Algemeen

 

Stompe Haarmuts - Orthotrichum obtusifolium Brid.

Soortgroep: Mossen en korstmossen   Familie: Orthotrichaceae (Haarmutsfamilie)Bekijk taxonomische boom   Status: inheems, Soort   Zeldzaamheid: Zeldzaam

Helaas is hierbij nog geen foto bijgevoegd. Het materiaal is meegenomen voor microscopisch onderzoek.

onder vermelding van:

Op iep; met talrijke gemmae; samengroeiend met oa Syntrichia papillotten en Bryum capillare 

In de mail schrijft Ben hierover: "Heel bijzonder is de vondst van Orthotrichum obtusifolium. Eindelijk gevonden na 38 jaar dat ik naar mossen kijk!  Op een iep langs de Paradijsvogelweg. Die iepenrij is echt heel interessant voor epifyten."

Amen.

 

Als initiatiefnemers moeten we alles zelf doen. .... Dus ook het ecologisch onderzoek dat nodig is voor de ruimtelijke onderbouwing.

Nou ja, zelf doen.... Het ecologisch onderzoek moet worden uitgevoerd door iemand die is aangesloten bij de beroepsgroep. Kortom, daar moesten we iemand voor inhuren. En nu we dan toch een ecoloog het veld insturen, willen we er zelf ook wat van leren. Dus: we gaan mee het veld in en spreken uitdrukkelijk niet alleen over welke natuur door ons plan wordt bedreigt (geen), maar ook over de kansen die we met elkaar zien.

Wat ia de natuurtoets:

"Bij ingrepen in het stedelijk en landelijk milieu kan aanvullend onderzoek een onderdeel zijn van de planvormingsprocedure. Een natuurtoets is nodig als er het vermoeden bestaat dat de ingrepen een effect hebben op bestaande natuurwaarden. In het geval dat er beschermde planten- of diersoorten in het plangebied voorkomen is een ontheffingsaanvraag in het kader van de Flora- en faunawet noodzakelijk. "

We constateren dat op de akker (waar binnenkort de uien worden gepoot) geen beschermde planten- en diersoorten zijn. Ons plan is dan ook geen bedreiging. De afstand van zowel de iepenrij, als de bosrand tot onze woningen is bovendien zo groot dat als er al beschermde planten en diersoorten zouden zijn deze niet bedreigd zouden worden.

Als we aankomen rijden langs de Paradijsvogelweg, raakt ecoloog Ben van Ecologisch Adviesbureau B. Kruijsen eigenlijk al een beetje opgewonden. "Wat een prachtige volwassen bomen zijn die iepen! En wat zijn ze mooi begroeid!" We zijn nog niet uitgestapt als we gewapend met opschrijfboekje, verrekijker, fototoestel en loepje op de eerste iep afstappen. Moet je kijken Marie-José wat mooi! Heb je dat hoedje op die korstmossen gezien. En het moet gezegd, wij vonden het al een mooie iepenlaan, maar deze laag leven maakt het wel nog een heel stuk mooier. De iepenlaan is een aannemelijke vliegroute voor vleermuizen (moet in de rapportage speciale aandacht krijgen), we vinden geen holen van de vleermuizen. Dat scheelt, want dan kunnen we die ook niet verstoren.

In de akker kijken we naar de klei. Kalkrijke klei, want het barst van de schelpen. Da's eigenlijk ook wel logisch, het is tenslotte de oude zeebodem. We hebben een grondboor achterin de auto gegooid omdat we willen weten hoe diep het grondwaterpeil op onze kavel is. We boren een klein gaatje en stuiten na ongeveer 55 cm op water. Met een maaiveld op -4,70 m NAP, zit bij ons het grondwater dus op -5,25 m NAP. Het is wat we ongeveer gehoopt hadden. Dit hoeft dus niet tot wijziging van de plannen te leiden.

We lopen verder langs de bosrand en ontdekken dat er in de bosrand niet alleen essen staat, maar ook haagbeuk, vlier en nog een aantal andere planten. 

Waar landje eindigt (straks dan..) steken we het bosje van Staatsbosbeheer in. Uit mijn ooghoek zie ik iets bruins schieten.... Ik denk eerst dat het een eekhoorn is, maar kijk nog eens en ben blij met de verrekijker die Ben mijn heeft gegeven! Zeven (!) reeën schieten uit het bosje het open veld op. We kunnen ze uitgebreid bekijken. Vijf vrouwtjes en 2 mannetjes. Ben meldt de waarneming direct aan op waarneming.nl.

Marien weet bovenstaande foto te maken.

We duiken het bos in, want wij moeten vanmiddag epifyten kenners worden, heeft Ben zich voorgenomen. In de loop van de middag identificeren we ruim tien soorten korstmossen en maken mooie foto's met elkaar. Als het rapport en de meldingen van Ben er zijn, wijden we er een pagina aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Wout  essen hakhout

We denken na over welke kansen er zin voor de bosrand, op basis van de planten die we hebben aangetroffen. We bespreken de mogelijkheid om met essenstobben te werken (zowel in de bosrand, als juist ook in onze houtwal). En als je de plaatjes hiernaast ziet, dan ben je toch om...

We vinden gekke holen in het bos, waarvan we niet kunnen thuisbrengen wie er wonen. Als één van jullie dat wel kan horen we dat graag (via contact)

 

 

Jaarrondbroedende vogels hebben we niet aangetroffen. Ook dit leidt niet tot belemmeringen.

Het was een leuke middag en we strepen weer een taakje van onze to do-list af!

 

En toen zaten we zomaar met elkaar in de auto. Onze dromen opgevouwen achterin. Ooit hadden we de maquette gemaakt van chipwood platen van 60 cm breed. Daar moesten er toch twee van naast elkaar in de auto passen. Mooi niet dus. Vandaar dat ze ingewikkeld (met slaapzakken ondersteund) achter in de auto lagen. Ineens leek het wel een berglandschap.

Wat waren we nou helemaal aan het doen? Een beetje mallotige bezigheid.

We waren onderweg naar Rijssen, waar we met Theo Reitsema en Alice Bosi over onze plannen spraken.

Alice Bosi loopt een "internship" bij Theo. Mochten jullie dus Italiaanse invloeden herkennen, dan is zij daarvan waarschijnlijk de oorzaak. Het is bijzonder om je project, je ideeën waar je zelf al een driekwart jaar vorm aan geeft (dat je zoals Rothko als van vele lagen verf hebt voorzien) nu gezamenlijk verder moet brengen. Het is nodig, want het project, de woningen en de omgeving zijn nog niet af.

Theo en Alice testen een aantal ideeën over wat het betekent dat ons huis "als een zinkend schip" in de grond zakt en hoe je dat goed vorm geeft. Waar loopt het groene dak dan juist wel door, waar dan juist niet. Of is het een "cave" onder de grond die aan de zonkant echt is opengewerkt. De uitwerking van beide ideeën leiden tot een andere doorwerking. Wij hebben steeds over het huis als over een zinkend huis gesproken, dat werkte in onze ogen toch net even anders door. Beide concepten worden door Theo en Alice uitgewerkt en zullen we de volgende keer bespreken.

We bespreken een aantal concepten. Is het grote huis nou een grot onder een grasdak of zakt het huis in het landschap en moet het juist daarom van alle kanten zichtbaar zijn.

We betrappen onszelf erop vooral vanuit de praktijk te hebben gedacht. Niet zozeer vanuit concepten. Hoewel je in concepten niet woont is het toch interessant om op basis daarvan je beelden en verwachtingen te toetsen.

Weer thuis praten we er over verder en bedenken dat we niet geheel conceptloos hebben gedacht. Eigenlijk hebben we steeds over het groendak gesproken als een jas rond het huis. Een jas die bescherming biedt, maar ook (bijvoorbeeld een mooie schouder) bloot kan geven. Door wat je omhult, krijgt wat zichtbaar is meer nadruk, misschien zelfs meer waarde.

Omdat we thuisgekomen inderdaad nog aan alle kanten vol van indrukken zijn, schrijven we een brief waarin we ons "concept" toelichten, maar ook uitnodigen om het verder te brengen, aan te vullen, zo nodig zelfs om te gooien.

We zijn heel nieuwsgierig waar we samen op uitkomen.

Hieronder nog een aantal van de plaatjes die ons inspireren.

De Vouw Afvalzorg Assendelft

De Vouw Afvalzorg Assendelft

Deze foto deed ons nadenken over wat je nu eigenlijk ziet in glazen wanden. Rechte glazen wanden (zoals op de zuidgevel) of gekantelde wanden zoals in de westgevel.

We dromen lekker verder!

 

't Is vakantie. Je blijft thuis want er moeten in huis zoveel dingen gebeuren wil het binnenkort "verkoopklaar" zijn. Marien overtuigt mij ervan dat wat ik in de kerstvakantie "persé wilde doen" (maar dus niet gedaan heb), in deze vakantie alsnog te doen. Daarom tuigen we woensdag samen naar het gemeentemuseum in Den Haag. Het museum heeft zijn deuren dagenlang extra geopend zodat alle extra bezoekers er terechtkunnen.

Ik ben blij verrast door wat me overkomt. Ik ben in voor abstracte kunst, maar deze schilderijen komen  enorm binnen. Zijn vroegere werken zijn herkenbaar aan de gemengde technieken, houtskool en acryl of aquarel. Maar het gekke is dat je niet weet waar het schilderij over gaat (de meeste hebben ook geen titel) maar er argeloos aan voorbij gaan is eenvoudigweg niet mogelijk. Ik vind mezelf breed grijnzend voor schilderijen staan. Wordt vrolijk en ernstig van binnnen en zie dat ook bij anderen gebeuren.

Op de site van het gemeentemuseum beschrijven ze het als volgt:

"Rothko’s schilderstijl vanaf de jaren vijftig, ook wel classic style genoemd, maakte hem wereldberoemd. De interactie met de bezoeker was voor Rothko van groot belang. Een overweldigende emotionele ervaring, voor zowel de kunstenaar als het publiek was voor hem de sublieme vorm van inspiratie, een aan het religieuze grenzend gevoel. ‘Mensen staan voor mijn schilderijen te huilen, omdat ze dezelfde spirituele ervaring hebben als ik had, toen ik het schilderde’. Rothko was niet de eerste abstract kunstenaar voor wie het spirituele aspect belangrijk was, ook kunstenaars als Mondriaan en Kandinsky zagen hun werk als een geestelijke oefening. Wel was hij de eerste die de emotie centraal zette, binnen de tot nog toe tamelijk afstandelijke abstracte kunst."

Een prachtige film met interviews hierover hoor je hieronder:

 

Het lijkt zo op het maken van een landschap, misschien ook op het maken van woningen. Zoals je in Rothko alle lagen die hij eerder schilderde kunt zien en ervaren, hoop ik dat al dat denkwerk en verzinnen dat wij nu doen, over een aantal jaren voelbaar zijn in het landschap wat we neerzetten. En zoals ook Rothko niet stuurde wat de emotie is die de kijker ervaart, weten wij ook niet wat het landschap straks met ons en met bezoekers gaat doen. En het landschap is straks ook heerlijk iedere dag anders dan ooit bedacht, ooit geweest. Zelfs de opkomende en ondergaande zon maakt al die lagen.

Niet dat ik ook maar het idee heb te kunnen tippen aan Rothko. Maar misschien dat de natuur dat wel kan. Kunst zonder taal.

Er is een nieuwe kaart waarop de initiatieven staan. Heel veel initiatieven (ook een aantal groepen) landen in het zuiden, in de buurt van het Kathedralenbos. In een omgeving die al gevormd is. Het is ook een bijzondere plek daar tegen de bosrand. Een redelijk volwassen bos. Je weet waar je in de toekomst je avond wandeling gaat maken. 

Wij zijn heel blij met de meest noordelijke stek (voorlopig) op de Oosterwoldse kaart. Onze naaste buurman is een electriciteitshuisje. Maar op een zondagmiddag kan je langs de bosrand ook wandelen naar het Pannekoekenhuis in Nobelhorst.

Ook wij gaan met onze rug tegen het bosje aanzitten.  

Leuk om te zien dat Oosterwold het zo goed doet. Het was ook leuk om bij de bijeenkomst waar de anterieure overeenkomsten getekend werden te zien dat er meer creatievelingen naar Oosterwold trekken. We gaan elkaar vast vinden!

 Gisteren was het eindelijk zover. Niet zo'n groot feest als twee weken geleden met de eerste ondertekenaars, maar bij Esther op kantoor hebben we gisteren het hele pakket van de anterieure overeenkomst geregeld. 

Op basis van deze overeenkomst verwacht de gemeente dat het ontwikkelplan dat wij hebben ingediend kan worden uitgevoerd. 

 

 

 

 

 

Naast een globale planning bestaat het uit een beschrijving van het plan dat we hebben gemaakt.  

We hebben erin aangegeven

  • - welke oppervlaktes rood kavel, water, verharding etc .;   
  • - een tekening van de kavel die overeenkomt met de verschillende oppervlaktes
  • - beschrijving van de kavelweg en ontsluiting van de kavel
  • - beschrijving van het openbaar groen dat we aanleggen
  • - hoe we met afvalwater omgaan (een helofythenfilter). 

Nu de gemeente hiermee akkoord is kan een en ander planologisch geborgd worden. Dit wil zeggen dat het op een juiste manier in bijvoorbeeld een bestemmingsplan wordt vastgelegd. Wij gaan ervoor om half april in één keer zowel de planologische borging als de omgevingsvergunning aan te vragen. Natuurlijk vragen we ook een watervergunning aan. 

Wat moeten we daarvoor nog doen?

- uitwerken van onze bouwplannen met onze architect Theo Reitsema

- uitwerken planologische kaart/beschrijving 

- uitwerken landschap tot een kaart waarin ook de diepte van het water ten opzichte van maaiveld duidelijk is

- laten doen van ecologisch onderzoek

Kortom: het avontuur kan beginnen!

 

 

Op de vroege ochtend van 16 februari; nou, zo vroeg was het ook weer niet, klokslag 9.00 uur bij het Paradijsvogelbosje, en de twee heren van Hoogveld Sondering waren ook zojuist aangekomen.

De zon schijnt veelbelovend door een witte mist, en al het land is berijpt. Weinig wind, maar het voelt behoorlijk koud aan. Werkschoenen aan en het omgeploegde land op. Je kunt nog over de bevroren toplaag van de akker lopen.

Op het land zijn de SondHeren bezig met hun professionele Zeiss GPS apparaat, een soort rekenmachine aan een stok met een kleine ronde antenne. Maar het apparaat heeft net als wij koude tenen, en wil niet meteen opstarten. Net als mijn fototoestel overigens, waarvan de autofocus weigert. Gelukkig heeft mijn bescheiden Nikon een handmatige instelling. Uiteindelijk lukt het om de coördinaten van de sonderingen in te voeren. Dan lopen ze met het apparaat en de stok/antenne door het land. De uitspraak van de dag: “ik kijk nooit waar ik naartoe loop, ik kijk alleen op het apparaat.” Toch hielp het wel toen ik ze wees waar het noorden was (hun intuitie zat er 45graden naast). Met een goed half uurtje lukte het om zes houten paaltjes in de grond te prikken. Daaraan kan ik meteen mooi de contouren van het huis aflezen (4 sonderingen op de hoekpunten).

Vervolgens komt het sondeergevaarte van de oplader. Een soort container op rupsbanden, bediend via de afstandbediening. Die rupsbanden zijn wel nodig, want ook daarmee zakt het voertuig zo’n 10 centimeter in de geploegde akker.
Gelukkig wil de medewerker met het GPS apparaat ook nog voor ons het oostelijke hoekpunt uitmeten zodat we nu zo goed mogelijk weten hoe de aansluiting met de Paradijsvogelweg gaat lopen. Hamvraag is dus of de afslag gemaakt kan worden zonder een boom te kappen. Het zal erom hangen.
Ik mocht meekijken in de cabine hoe de sondering wordt uitgevoerd. De sonderingskop meet de druk van de grond via de kop, en de kleefweerstand via de zijkant. Dat wordt via een kabel doorgegeven aan de apparatuur. Maar die sonde die moet de grond in, en daarvoor moet metalen stang telkens verlengd worden. Er is een hele rits van meer dan 20 stangen van ieder een meter beschikbaar. De kabel voor de gegevens loopt door al die stangen. Telkens wordt er één geschroefd op de onderliggende stang. Met een klemmechanisme wordt die stang vervolgens naar beneden gedrukt. En als de sondering klaar is, moet die hele stang weer omhoog getrokken worden en uit elkaar geschroefd.
De eerste vijf meter is tamelijk slappe grond bestaande uit klei en veen. Dan komen we een dunne zandlaag tegen, die we in de Archeologische verkenning al hebben leren kennen als de Pleistocene laag. Maar die lijkt te dun om huizen op de bouwen. Dus moet de sondering door tot 20 meter de grond in. De eerste meting komen we een stevige laag tegen, waar de druk oploopt tot 400 kg per cm2. Dat komt zelfs voor zo’n smalle sondeerstang (schatting 10cm2) neer op iets van 4000 kg druk. Daarop kan je zondermeer een flatje stutten. Bij de volgende sonderingen valt op hoe verschillend de ondergrond is opgebouwd. Wat voor beroeringen er in de prehistorie moeten hebben voorgedaan kan ik mij moeilijk voorstellen, maar er lijkt niets horizontaal te zijn in deze ondergrond. Goed dat we zes sonderingen hebben laten doen.

En zo ziet de eerste meting er dan uit:

Als je een natuurlijk landschap in de polder gaat aanleggen, dan is daarin water uiteraard onmisbaar.
Maar op dit moment is er helemaal geen water in de verre omstreken van de locatie waar wij onze kavel willen aanleggen. Alle water die er is, beweegt zich onzichtbaar door drainagebuizen onder de grond naar een 250 meter verderop gelegen sloot of tocht.
Nu wij onze plannen verder uitwerken bereiden we een omgevings- en bouwvergunning voor, die we aanvragen bij de gemeente. Maar als wij in het landschap gaan wroeten, kijkt ook het Waterschap met argusogen toe, wat daar allemaal gaat gebeuren.
Over dergelijke vragen had ik gisteren een gesprek met vier mensen van het Waterschap Zuiderzeeland in Lelystad. Waterschappen leiden vanuit mijn beperkte vizier een onzichtbaar leven, dus alleen daarom was het al een boeiend gesprek. Want er blijken veel soorten water te bestaan en activiteiten rondom dat water.

Afvalwater

In ieder geval speelt een rol dat we in Almere Oosterwold geen riolering krijgen, en dat je dus zelf iets moet regelen met afvalwater. Daarvoor hebben wij een installatie in gedachten bestaande uit een septic-tank met overloop in een zogenaamd Helefytenfilter. Dat is een stukje moeras, beplant met riet, dat de bijzondere eigenschap heeft, om met behulp van bacterieknolletjes afvalwater te zuiveren, met name door daaruit fosfaten op te nemen, waarvan dat riet weer harder kan gaan groeien. Vanuit zo’n Helefytenfilter kan je dus zo goed als schoon water over laten lopen in een vijver. Volgens Waterschap geldt er dan ook alleen een meldingsplicht voor een dergelijke afwatering.

drainagebuizen

Een merkwaardige constatering vind ik dat het Waterschap verantwoordelijk is voor de waterhuishouding in het oppervlaktewater, maar dat zij geen eigenaar zijn van de drainagebuizen in de grond. Terwijl die drainagebuizen toch in de plaats komen van sloten die anders het water zouden afvloeien. Die drainagebuizen zijn nu eigendom van diegene die de grond bezit. Als wij de grond overkopen, worden wij dus medeeigenaar van die drainagebuizen, maar maken we gezamenlijk met andere grondeigenaren in het verloop van die drainagebuizen gebruik van de afwateringsfunctie. Als een van die eigenaren een bijzonder plan heeft, dat zou leiden tot het verstoppen van die drainagebuizen, dan kunnen alle andere eigenaren van die buis daar dus veranderingen en mogelijk overlast van ondervinden. Gelukkig zitten wij aan één kant tegen het bosje van Staatsbosbeheer aan. Bij dat bosje heeft niemand last van drainagebuizen. Sterker nog: eigenlijk weet niemand of die buizen nu doorlopen onder de bomen naar de volgende sloot, of dat ze stoppen voor het bos.

                                                                                                          foto: De gemeente neemt een watermonster voor bodemonderzoek op de kavel

Heftige regenbui en dan?

De spannendste vraag die de Waterschappers stelden was: wat gebeurt er in uw kavel, als er een heftige regenbui valt? Kunt u op uw kavel dat water bergen? Of komt de kavel onder water te staan, of moet het stromend een weg zoeken? Op die vraag had ik wel een begin van een antwoord, dat ik hopelijk nog wat kan aanscherpen. Wij gaan een grote vijver graven, grotendeels ondiep en deels diep. Maar die komt op basis van het grondwaterniveau vol te staan met water, tot het normale grondwaterniveau. Wat gebeurt er als er snel heel veel water valt? Daarbij is het belangrijk, dat de oevers van onze beoogde vijver niet steil zijn, in tegendeel heel geleidelijk van het water niveau oplopen naar het huidige maaiveld. Als het waterniveau op ongeveer minus 50 cm zou liggen, dan wordt de oever over minstens drie meter geleidelijk afgegraven. Als er nu ineens veel water valt, dan kan het waterniveau stijgen. Daarmee wordt bovendien het oppervlakte groter, zodat de vijver veel meer water kan bevatten.  Hoe maken we die glooiende oevers? Dat kan natuurlijk alleen door de grond weg te halen. En dat gaan wij doen door die grond elders op onze kavel als aardwal op te hogen. Zo kunnen we werken met een zogenaamde 'nul-balans': geen grond afvoeren en niet of nauwelijks aanvoeren.

Hoeveel regen?

Op historie.neerslagkaart.nl/ blijk je meerslagkaarten te kunnen downloaden.
Voor de afgelopen jaar ziet dat er in de polder bij Zeewolde zo uit:
 
Maar je kunt zelfs van alle dagen sinds 1990 de neerslag opvragen. wat statistieken: Gemiddeld valt er ruim 2 millimeter wat per dag. En als er een dag regen valt is dat gemiddeld ruim 4 millimeter. Per jaar valt er gemiddeld zo'n 23 dagen meer dan 1 cm regen per dag. Ooit, namelijk op 7 maart 1998 is er bijna 5,5 cm water gevallen in één dag. Bijna twee keer zoveel als in enige andere dag. Laten we dit 'de hevige regenbui' noemen.

Een beetje rekenen

Stel nu dat we nog eens zo’n dag krijgen met aaneengeregen wolkbreuken. Dan valt er op onze kavel van bijna 7000 m2 dus ongeveer 7000 * 0,05 = 350 m3 water. Als al dat regenwater van onze kavel afwatert naar onze vijver (in werkelijkheid zal er ook flink wat in de bodem zakken, en een deel via de drainagebuizen wegstromen) en onze vijver is bij benadering  700 m2, dan zou het water daarmee 50 cm stijgen. Als de oevers van onze vijver geleidelijk oplopen, en als we bij het kleine slootje ook lager gelegen land maken, wat onder water mag lopen, dan kunnen we het oppervlakte water laten uitbreiden tot ca. 1400 meter. Dan zou dus de waterstijging bij de ergst denkbare wolkbreuk tot 20 à 30 cm beperkt blijven. Eigenlijk creëren we op deze manier onze eigen uiterwaarden, want met uiterwaarden creëren de waterbouwers in Nederland ook wateropvang als de rivier buiten haar oevers dreigt te treden.
Kortom: als we onze landweg en de vloer van onze woning een 10-tal centimeter boven het maaiveld leggen, en als we in de vijver een gemiddeld waterniveau hebben van niet hoger dan minus 50 cm onder het maaiveld, dan kunnen we feitelijk iedere overvolle regendag aan. Goed om te weten. Zo kunnen we dus, om in Waterschapstermen te spreken, ons eigen watersysteem maken. En dan zal het met die watervergunning ook wel lukken.

De gronden die in Oosterwold als eerste beschikbaar komen (zo ook onze wijk Paradijsvogelbosje) zijn nu nog akkerbouwgronden in beheer van ERF BV.  ERF is het grootste particuliere biologische landbouwbedrijf van Nederland en teelt verschillende gewassen op 1800 ha grond in Flevoland. Deze grond kan ieder gewenst moment worden overgedragen voor stadsuitbreiding, natuur of andere bestemmingen. Ook nieuw vrijkomende gronden kunnen aan het bedrijf worden toegevoegd.

Op de gronden wordt biologische landbouw gepleegd. De gronden die geleverd worden zijn dus schoon en kunnen ook door biologische landbouwbedrijven worden gebruikt.

Hieronder een filmpje over de werkwijze van ERF in Flevoland.

 

Wil je meer weten over ERF? klik dan hier

 

In het RTL Z programma 'Zo kan het ook' zie je hoe het Nederlandse bedrijfsleven zich inzet voor een socialer en groener Nederland en welke verouderde ideeën plaats maken voor slimme innovaties.

 

 

Het RTL Z programma 'Zo kan het ook!' besteedde op 12 november 2013 aandacht aan de vraag hoe er in 2050 voor 9 à 10 miljard mensen voedsel kan worden geproduceerd zonder het milieu te belasten. Green Organics laat in dit programma samen met ERF en Baltussen Conservenfabriek zien hoe een korte biologische keten in de grootschalige groenteteelt hier een bijdrage aan levert.

Geschiedenis is leuk. Zeker van een gebied als Almere, dat periodenlang onder water lag, maar ook lange tijd bewoonbaar is geweest. Als initiatiefnemer moet je alles zelf doen. Dus leek het vorige week even of archelogisch onderzoek voor de deur stond:

Wat kunnen we vinden in de bodem in Oosterwold?

In de bodem van plangebied Oosterwold zijn archeologische resten uit de steentijd gevonden, specifiek de periode tot en met de Nieuwe Steentijd (8.800 – 4.400 v. Chr.). Aanvankelijk na het einde van de laatste ijstijd was het klimaat nog erg koud. Het grondgebied van zuidelijk Flevoland bestond uit een open dekzandlandschap waarin vooral rendierjagers actief waren. In Flevoland zijn alleen in de Noordoostpolder archeologische vondsten uit de Oude Steentijd (12.000.600 v. Chr.) aangetroffen (kavels M131 en M132 en op Schokland). Enkele gedateerde hazelnootfragmenten afkomstig van vindplaatsen uit Almere Stichtsekant hebben een ouderdomsbepaling opgeleverd van 9.200.700 v. Chr.

Aan het einde van de Oude Steentijd trad een klimaatsverbetering op. Met het stijgen van de temperatuur veranderde ook het landschap, en daarmee ook het landschapsgebruik. Dit is de periode van de Midden Steentijd (8.800.300 v. Chr.). Het dekzandlandschap transformeerde eerst in een bos met hoofdzakelijk berken en dennenbomen (circa 7.000 v. Chr.) en vervolgens in een gemengd loofbos. In dat veranderende landschap leefden mobiele jagers en verzamelaarsgroepen voor wie seizoensvariaties in het aanbod van voedsel en grondstoffen een belangrijke motor waren achter de dynamiek in hun samenlevingen. Voor zover bekend vormen vindplaatsen uit de Midden Steentijd de hoofdmoot van de archeologische neerslag in de bodem van Almere.

Vanaf de Nieuwe Steentijd gingen jagers en verzamelaarsgroepen geleidelijk over op de landbouw. Deze groepen worden gerekend tot de Swifterbantcultuur (5.300.800 v. Chr.) die verschillende elementen overnamen van agrarische samenlevingen die in Limburg en Noord Brabant leefden, zoals veeteelt, landbouw en aardewerkproductie. Van de Swifterbantcultuur zijn aangetroffen zijn vindplaatsen aangetroffen onder andere in Almere (opgraving Hoge Vaart, Stichtsekant 1R_21) en het Rivierduingebied Swifterbant. In dit laatst genoemde gebied is in 2007 op een oeverwalnederzetting een prehistorische akker uit de Swifterbantcultuur opgegraven (4.200 v. Chr.), tot dusverre de oudst bekende akker in Noordwest Europa.
Dergelijke vondsten zijn ook te verwachten in het plangebied Oosterwold. Dwars door het plangebied loopt een krekensysteem met oeverwallen, dat vergelijkbaar is met het krekensysteem in het Rivierduingebied Swifterbant. Onder invloed van de zeespiegelstijging veranderde Zuidelijk Flevoland langzaamaan in een uitgestrekt moerasgebied dat onder invloed was komen te staan van de getijden van de zee.
Rond het jaar nul was één groot meer ontstaan, dat in de Romeinse tijd het Mare Flevum of Lacus Flevum werd genoemd. Hieruit vormde zich het latere Aelmere dat vanaf de 14e eeuw de Zuiderzee werd genoemd. De Zuiderzee vormde lange tijd het economisch hart van Nederland. In heel Flevoland zijn 450 scheepswrakken aangetroffen uit de Zuiderzeetijd. Momenteel zijn binnen het plangebied 5 locaties bekend met scheepswrakken, waarvan 3 wettelijk beschermde monumenten zijn.

Is er op onze kavel iets te vinden?

Wanneer archeologen in Oosterwold op zoek gaan naar archeologische vondsten, kunnen ze twee dingen verwachten: gezonken boten vanaf de middeleeuwen en vondsten uit de periode tot en met de Nieuwe Steentijd.

Waar boten zijn gezonken is moeilijk te voorspellen, waar mensen ooit hebben gewoond misschien iets beter. In Almere wordt gezocht aan de randen van de prehistorische Eemvallei waar een stelsel van kreken en geuldalen bestond. Hier woonden waarschijnlijk op enig moment mensen. Lezend over deze archeologie blijkt dat de sporen van deze randen van de kreken en geulen, de zogenaamde oeverwallen in het landschap (bij zeer nauwkeurig waarnemen) nog steeds zichtbaar zijn. Onderstaande kaart (met dank aan Wouter) laat de hoogteverschillen in het gebied waar wij gaan landen mooi zien.

Rechts (tussen de Paradijsvogelweg en de A27) op de kaart zijn de oeverwallen van één van de kreken die deel uitmaakt van de Eemvallei goed te zien. Een dergelijke kaart kan worden uitgedraaid in www.ahn.nl. Je kunt een dergelijk beeld krijgen als je het gebied waarop de hoogte wordt bepaald eng genoeg wordt genomen (bijv. -4,0 tot -5,5 m onder NAP).

In het vierkante het gebied waar wij willen gaan wonen. Daar is de grond super-egaal. Geen oeverwallen te verwachten dus.

Waarom werden wij nu overvallen door archeologisch onderzoek dat voor de deur staat? In het huidige beleid is deze plek in Almere niet aangewezen als archeologisch onderzoeksgebied. We hoefden dus geen onderzoek te doen. Het archeologisch beleid gaat echter veranderen. Dit betekent dat wanneer in een kavel tenminste over een gebied van 500 meter in de grond gegraven wordt,  in de hele kavel archeologsch onderzoek moet worden gedaan. Voor een particulier met een zo grote kavel als de onze, best een prijzige aangelegenheid. Echter: Graven geldt alleen als graven wanneer dit dieper gaat dan anderhalve meter onder maaiveld. Gelukkig mogen wij dus onze waterplas graven zonder nog dieper de grond in te wroeten.

Wat gaan we wel met de archeologische kennis doen?

Heel veel hazelnoten planten! Komen jullie ons helpen met opeten over een paar jaar? 

 

Subcategorieën

primi sui motori con e-max.it